30/09/2025
Hoe reizigerstreinen bijdragen aan spooronderhoud
Het spoor is intensief in gebruik en staat dagelijks bloot aan weer, slijtage en belasting. Regelmatig onderhoud is dan ook cruciaal om veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen. Om de staat van het spoor te controleren, zet ProRail normaal gesproken speciale meettreinen in. Dat vraagt echter om ruimte in de dienstregeling - en die is schaars.
Om die druk te verlichten, ontstond een slim idee: kan meetapparatuur worden ingebouwd in reguliere reizigerstreinen, die toch al volgens dienstregeling rijden? Zo’n oplossing zou niet alleen de planningslast verlagen, maar ook tot meer meetmomenten kunnen leiden. Maar dan rijst een fundamentele vraag: hoeveel treinen moeten worden uitgerust met meetapparatuur en welke types moet je daar dan voor kiezen?
Een complex planningsvraagstuk
Vanaf het begin was duidelijk dat de dienstregeling geen rekening zou houden met de meetfunctie. Dat leidde tot praktische én strategische vragen. Blijven treinstellen lang op dezelfde trajecten rijden of worden ze constant doorgewisseld? En: hoeveel van het spoor wordt daadwerkelijk ‘gedekt’ als de meting passief gebeurt, zonder sturing?
Het kerncriterium werd de dekkingsgraad: welk deel van het spoor wordt binnen een vooraf bepaalde periode minimaal één keer bereden door een uitgerust treinstel? Daarbij is niet alleen het percentage relevant, maar ook de zekerheid waarmee die dekking wordt behaald. Dit leidde tot een driedelige meetlat: tijdshorizon, zekerheid en dekkingsgraad.
Tegelijkertijd geldt: hoe hoger de gewenste dekking, hoe hoger de investering. Maar waar ligt het optimum? Wanneer is 'goed genoeg' ook écht goed genoeg - binnen budgettaire kaders?
Analyse op basis van realistische inzetdata
Samen met partner Lynxx bracht CQM dit vraagstuk terug tot de essentie. Met behulp van doorkomstdata van ProRail analyseerden we hoe het materieel zich in de praktijk over het netwerk verspreidt. Om dit beheersbaar te houden, ontwierpen we een representatieve ‘minimale’ spoorkaart, waarmee het hele netwerk op hoofdlijnen kon worden gereconstrueerd.
Vervolgens voerden we Monte Carlo-simulaties uit: duizenden keren werden combinaties van verschillende treinstellen willekeurig gekozen, en werd doorgerekend welk deel van het spoor ze binnen twee weken zouden dekken. Zo ontstond een kansverdeling per configuratie: een visueel en statistisch onderbouwd inzicht in effectiviteit, spreiding én zekerheid. Een voorbeeld van een dergelijke kansverdeling is weergegeven in Figuur 1.

Figuur 1 De geschatte verdeling van de gezamenlijke dekkingsgraad voor twee VIRMs in twee weken.
Strategische inzichten voor toekomstbestendige keuzes
De analyse leverde heldere inzichten op in hoe verschillende keuzes in de meettreinconfiguratie invloed hebben op de uiteindelijke dekkingsgraad. Daarmee beschikt ProRail over een concreet en onderbouwd afwegingskader voor toekomstige investeringsbeslissingen.
“Het model verschaft ons helder inzicht in de daadwerkelijke uitwerking van verschillende scenario's. Dit stelt ons in staat om beslissingen te nemen die niet alleen technisch solide zijn, maar ook strategisch goed onderbouwd.”
— Bojan Bogojević - Systeemspecialist ProRail
De optimale samenstelling van meettreinstellen wordt bepaald door drie factoren:
- Materieeldiversiteit
Verschillende treinseries dekken samen meer spoor, dankzij hun uiteenlopende inzetpatronen. - Aantal uitgeruste treinen
Meer meettreinen verhogen de dekking, al neemt de meerwaarde per extra stel geleidelijk af. - Ontwerp- en inbouwkosten
Voor ieder type moet de meetinstallatie apart worden ontworpen, wat een substantiële kostenpost is. Daarnaast brengt het inbouwen zelf natuurlijk kosten met zich mee.
Deze inzichten maken het mogelijk om verschillende scenario’s af te wegen: wat levert het op, wat kost het, en waar ligt het rendement?
Omdat er op het moment van analyse nog geen harde keuzes waren gemaakt over kosten en kwaliteitsnormen, hebben we een aantal scenario’s uitgewerkt om de bandbreedte aan mogelijkheden te illustreren (zie Figuur 2 en Tabel 1). Elk scenario toont hoe de combinatie van materieeltype en aantal zich vertaalt naar een zekere mate van spoordekking.

Figuur 2 Dekkingsgraad t.o.v. zekerheid van verschillende uitgelichte combinaties.

Tabel 1: Gegevens van een aantal uitgewerkte scenario's.
De meerwaarde van samenwerking
CQM werkt al meer dan 25 jaar aan complexe vraagstukken in de spoorwereld en kent de processen en dynamiek van partijen als ProRail, NS en KeyRail door en door. In dit project werd die ervaring versterkt door een intensieve samenwerking met Lynxx en een gespecialiseerd team van ProRail. Merel Groen (Lynxx) bracht aanvullende expertise in op het gebied van spoorprocessen en data-infrastructuur, terwijl Pepijn Wissing (CQM) zijn kennis van statistiek, simulatie en optimalisatie inzette. Dankzij frequente afstemming op locatie ontstond een krachtig samenwerkingsverband, waarin kennis snel werd gedeeld, gevalideerd en omgezet naar toepasbare inzichten.
De analyse werd goed ontvangen door zowel ProRail als NS. Inmiddels loopt er een vervolgproject waarin ook technische overwegingen ten aanzien van de inbouw worden meegenomen, om te komen tot een volledige analyse van mogelijke meetstrategieën.
Meer weten?
Benieuwd hoe CQM met data, simulatie en optimalisatie tot betere besluitvorming komt - ook in jouw domein? Neem contact op met Pepijn Wissing of bekijk onze andere projecten in de spoorsector.
Volg ons op LinkedIn of schrijf je in voor onze digitale nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen bij CQM.
Image by: NS (bewerkt door CQM)