Optimale inzet van productiemiddelen Essent

Er zijn veel typen installaties om warmte en elektriciteit op te wekken en op te slaan. Combinaties van deze productiemiddelen zorgen voor energielevering. Voorop staat dat de levering betrouwbaar
moet zijn. Altijd en overal. Maar welke combinatie levert op het juiste moment het hoogste rendement tegen de laagste kosten? En hoe schaf je, onderbouwd, een nieuw productiemiddel aan?

 
Dat zijn de vragen waar Essent Local Energy Solutions (ELES) mee te maken heeft. ELES is de business unit van Essent die verantwoordelijk is voor de inrichting van energieoplossingen op lokaal nivo. Bijvoorbeeld installaties voor stadsverwarming, voor het Mediapark in Hilversum, installaties voor de tuinbouwsector en andere grootverbruikers van energie. Dagelijks en zelfs per uur moet ELES beslissingen nemen over de inzet van de productiemiddelen. Wat is de beste mix? Welke installatie moet energie leveren en hoeveel? Welke installatie moet warmte opwekken of juist opslaan?

Variabelen

Het vinden van de juiste inzetmix is uitermate complex. Vooral ook omdat er veel variabelen zijn waarop Essent niet of nauwelijks invloed heeft. Een warme of koude winter bijvoorbeeld, de inkoopprijs van energie, het warmte- en energiegebruik door klanten, het aantal starts-stops dat een installatie mag maken, en zelfs lokale duurzaamheidsvoorwaarden en belastingregels. Daarnaast speelt het type installatie een rol. Zet je een ketel in die alleen gas in warmte kan omzetten of kies je voor een warmtekrachtkoppeling die bij eenzelfde gasverbruik weliswaar minder warmte opwekt, maar tegelijkertijd ook elektriciteit? En dan is er nog de capaciteit van de buffers, waarin warmte of koude is opgeslagen, en die op elk moment kunnen worden aangesproken. Kortom, een optimale inzet van productiemiddelen is een complexe opgave. Laat staan het investeringsbesluit over nieuwe installaties.

Gestructureerd

Binnen ELES is ARM (Analyse en Risico Management) de afdeling die zich bezighoudt met deze moeilijke beslissingen over investeringen, efficiency en leveringszekerheid. Joris van Iersel is team manager van ARM: “Het was al langer duidelijk dat deze moeilijke beslissingen vragen om een gestructureerde,  modelmatige aanpak.
Het eerste model maakten we een aantal jaren geleden, voor het Mediapark. Dat was een eenvoudig model in Excel, maar gaf ons voor het eerst de  mogelijkheid om bij wijze van spreken per uur een optimale inzetmix te bepalen. We konden echter niet vooruit plannen. Dat was nog een flink gemis, omdat bijvoorbeeld buffermogelijkheden, maar ook de schommelingen in de prijs van gas en elektriciteit, vereisen dat de beslissingen per uur in samenhang worden genomen. Bijvoorbeeld: als de prijs van elektriciteit hoog is kan het rendabel zijn om lokaal ten koste van een wat hoger gasverbruik wat extra elektriciteit op te wekken  en die te verkopen aan het elektriciteitsnet. Die brede, tactische kijk kon het Excel-model ons niet bieden.”

Nieuw model


In CQM vond Joris van Iersel anderhalf jaar geleden de ‘uitgelezen  partner’
om ARM te helpen bij het ontwikkelen van een nieuw planningsmodel. Het bestaande model voor het Mediapark werd geanalyseerd en volledig vernieuwd. Ook werd het model veralgemeniseerd, zodat het op elke ELES-locatie  toepasbaar  zou zijn.
Bovendien maakte CQM het model klaar om investeringsbeslissingen te kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld als er op een locatie een nieuw productiemiddel moet worden bijgeplaatst. Het model wordt in dat geval gebruikt om de beschikbare opties in een aantal scenario’s te vergelijken en op basis daarvan de best passende te  kiezen.

Mogelijkheden


Inmiddels  is  het planningsmodel al ingezet voor meerdere objecten van ELES. Daarnaast levert  het model spin-off op. Zo kan de methodiek ook gebruikt worden voor  beslissingsondersteuning bij de daghandel op de  APX-
elektriciteitsmarkt. Ook is het model binnenkort toegankelijk in de vorm van een website voor beheerders die willen weten of ze hun productiemiddelen optimaal inzetten. “De mensen van CQM zijn geen energiedeskundigen, maar hun logische en analytische denkwijze helpt enorm om samenhangen en analogieën op het spoor te komen”, zegt Harald Droog, asset manager bij ARM. “We hebben daardoor nu een modelinstrumentarium dat veel meer mogelijkheden biedt dan waar we het in eerste instantie voor hadden opgezet.” Dat beaamt  ook Joris van Iersel: “De resultaten tot nu toe hebben ook het  enthousiasme van onze directie gewekt. Ze zien dat we het zelfs als onderdeel van ons dienstenpakket in de markt kunnen zetten. Immers, ook eigenaren  en gebruikers van lokale installaties, zoals veel tuinbouwers, zijn gebaat bij een optimale inzet van hun  middelen.”

Dr.ir. Jacob Jan Paulus

Dr.ir. Jacob Jan Paulus

Senior Consultant